Mathieu Labrecque kan als geen ander leven blazen in een hoop pixels.
1.3.2024

Mathieu Labrecque kan als geen ander leven blazen in een hoop pixels.

Deze week zat ik op de website van The New York Times een column te lezen over een aanstaande Supreme Court case. Van de column zelf herinner ik me niet bijster veel meer, maar de illustratie (hierboven te zien) die er bij hoorde bleef wel hangen. Zodanig dat ik een dag later het artikel terug opzocht om te checken wie de illustratie had gemaakt.

Mathieu Labrecque
is de naam, een Canadese illustrator uit Montreal die zich de voorbije jaren een wel heel bijzondere pixelstijl heeft aangemeten. De de kleur en vooral de eenvoudige animatie zit er toch enorm veel leven in zich. Het doet me denken aan het beste van teletekst art. De zwart / wit patronen die je hier onder ziet hebben trouwens een reden: hij illustreert (ook al voor de Times) artikels die bij de kruiswoordraadsels horen.

"Chromeography", of de kunst van verchroomde typografie op vintage auto's.

"Chromeography", of de kunst van verchroomde typografie op vintage auto's.

Momenteel zit ik in de opstartfase van een brand design project voor een klant in de transportsector, en ik het kader daarvan was ik wat research aan het doen naar de chrome logo’s en typografie die je vroeger vaak op de carrosserie van auto’s kon vinden. Al snel botste ik op een oude Tumblr (herinner jij je Tumblr nog?) genaamd Chromeography die bol staat van de toffe voorbeelden.

Hieronder vind je enkele van mijn favorieten, maar mijn absolute nummer één is de typografie voor de Lancia Stratos conceptcar uit 1970 die je hierboven kan zien. Die S heeft een fantastische vorm! Ik kreeg meteen zin om me in te beelden hoe een volledig alfabet er in deze stijl zou uit zien, maar iemand is me voor geweest.

Jules Schmalzigaug (1882-1917), de eenzame Belgische futurist.
28.1.2024

Jules Schmalzigaug (1882-1917), de eenzame Belgische futurist.

Het futurisme, de kunststroming die tussen 1909 en 1914 de artistieke wereld in rep en roer zette, was vooral een Italiaanse aangelegenheid. Klinkende namen als Umberto Boccioni, Carlo Carrà en Gino Severini trachtten in hun schilderijen en beeldhouwwerken begrippen als snelheid, strijd, dynamiek, en energie te vatten. Maar de beweging kende ook één Belg in z’n officiële gelederen: de Antwerpse schilder Jules Schmalzigaug.

Nadat hij in 1912 in Parijs een grote expositie gewijd aan het futurisme had gezien besloot hij te verhuizen naar Italië om zich bij de futuristen aan te sluiten. Hij raakte er bevriend met enkele centrale figuren van de beweging, en begon furieus volgens de principes van het Manifesto dei pittori futuristi (manifest van futuristische schilderkunst) te schilderen.

Snelheid (1914)

Met succes, want in 1914 werden enkele werken van Schmalzigaug opgenomen in de grote internationale expositie van het futurisme in Rome. Enkele maanden later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit, wat meteen het einde van de beweging betekende. Ironisch, want de futuristen waren geobsedeerd door oorlog, wat ze in hun manifest de “enige hygiëne van de wereld” noemden.

Licht + spiegels en menigte (1914)

Schmalzigaug keerde terug naar België om zich aan te sluiten bij het Belgische leger, maar werd medisch afgekeurd. Hij bracht de oorlogsjaren door in ballingschap in Nederland, waar hij verder schilderde en tekende, maar waar hij zonder z’n zorgvuldig opgebouwde Italiaanse netwerk niet meer tentoongesteld raakte. Nadat het nieuws van de dood van z’n vriend Boccioni hem bereikte raakte hij depressief, en in 1917 pleegde hij zelfmoord. Hij was slechts 34 jaar oud.

Dynamische uitdrukking van de beweging eener danseres (1914)

Ik heb zelf het werk van Schmalzigaug pas vorig jaar ontdekt, toen ik voor het eerst in Mu.Zee in Oostende was. Op de verdieping waar ook het bekende zelfportret met bloemenhoed van Ensor hangt stond ik plots voor een (voor mij) onbekend werk dat me mateloos fascineerde. Het schilderij “Dynamische uitdrukking van de beweging eener danseres” betoverde me met z’n dynamisch spel van zwierige lijnen en kleuren.

Futuristische werken hebben me altijd al getriggered. De beweging die er vaak van af spat trekt me erg aan, maar de dreigende, woeste energie die daar mee gepaard gaat stoot me tegelijk weer af. En dat laatste ontbreekt volledig in “Dynamische uitdrukking…”, het is net een vrolijk, uitbundig werk. Misschien dat het me daarom zo aanspreekt.

Uitdrukking van kleur en beweging (1915)

Toen ik een dikke maand later in De Slegte op een lijvig boek met de naam ‘Schmalzigaug’ botste werd ik meteen herinnerd aan hoe ik me voelde in Oostende, kijkend naar z’n werk. Het boek beloofde een zo goed als volledig overzicht van z’n werk, dus ik was excited om meer te weten te komen over deze Antwerpse futurist.

Wat me verraste was dat, hoewel Schmalzigaug dus bekend staat als de ‘enige Belgische futurist’, ik zijn periode daarna minstens even interessant vind. Het werk dat hij in ballingschap in Nederland maakt, van 1915 tot aan zijn dood in 1917, is met momenten ronduit fantastisch.

De cancan (1915-17)

Het dynamisme dat hij in zijn korte futuristische periode heeft geleerd laat hij niet los, maar zijn stijl wordt in Nederland wel terug meer figuratief. Een goed voorbeeld hiervan is “De Cancan”: je ziet duidelijk de danseressen op het podium staan, maar de danseressen zijn niet het enige dat beweegt. De hele ruimte vibreert enthousiast mee met hun moves, en de aanstekelijke energie die in de lucht hangt wordt tastbaar gemaakt.

Portret van Baron Francis Delbeke (1915)

Het portret van Baron Francis Delbeke is ook bijzonder omwille van de energie die rond het onderwerp zweeft. Of schittert, in dit geval. Rond de Baron refracteert het licht alle kanten op. Hij ziet er zo al uit als een intelligente heer, maar het opvallende effect laat vermoeden dat hij met uiterst innovatieve materie bezig is.

Kursaal en strand in Scheveningen (1915)

Zelfs meer eenvoudige tekeningen zoals “Kursaal en strand in Scheveningen” vind ik erg leuk. Geen idee of het een studie is voor een schilderij dat er nooit is gekomen, of gewoon een losse schets, maar ook hier gebeurt vanalles interessants. Schmalzigaug slaagt er in met slechts een paar strepen en kleuren enorm veel te suggereren. Alle detail ontbreekt, maar toch kan je je in een oogopslag de grandeur van het Kursaal van Scheveningen inbeelden.

Café Chantant (1915)

Anyway, ik zou nog uren kunnen doorgaan. Zie deze post als een beknopte intro tot Jules Schmalzigaug, en mocht je ook geïntrigeerd zijn door zijn werk, ga dan vooral zelf op ontdekking! In de online platformen van de Vlaamse en Brusselse kunstinstellingen kan je heel wat beelden vinden van z’n werk, alsook info over zijn tragische levensverhaal. Het is jammer dat we nooit zullen weten welke carrière hij nog in zich had.

De tijdloze vruchten en gewassen van illustrator en printmaker Patricia Curtan.

De tijdloze vruchten en gewassen van illustrator en printmaker Patricia Curtan.

Ik was laatst aan het lezen over Chez Panisse in Berkeley, California; het restaurant van food-activiste Alice Waters dat in de jaren ‘70 en ‘80 de organic farm-to-table movement mee in gang heeft gezet. Toen ik naar de Chez Panisse website surfte was ik instant getroffen door de illustratie van een schaal mandarijnen op de homepagina, dezelfde illustratie die je hierboven ziet.

Al snel kwam ik achter de naam van de illustrator: Patricia Curtan, een Amerikaanse designer en printmaker die decennialang met Alice Waters heeft samengewerkt. Doorheen de jaren heeft ze talloze menu’s, affiches en kookboeken voor Chez Panisse opgeluisterd met haar tekeningen en lino-prints van groenten en fruit. Oh, en ze werkte er blijkbaar ook enige tijd als kok!

De illustraties vallen op door hun gesatureerde, maar tevens spaarzame kleurgebruik. Ze beperkt zich tot de kleuren van haar onderwerpen, wat meestal neerkomt op (verschillende tinten) groen plus een extra steunkleur. De textuur in de kleuren versterkt de organische feel alleen maar, het gevolg van het ambachtelijke drukprocédé.

I gotta say, ik hou enorm van deze illustraties. De rust die ze uitstralen, het kleurgebruik, en de heel objectieve manier van illustreren resoneren om één of andere reden erg bij me. Zeker de vruchten, die dankzij hun vaak fellere kleuren soms echt poppen, vind ik erg leuk. Bovendien voelen de prints, ondanks dat ze intussen 30-40 jaar oud zijn, totaal niet ouderwets, integendeel. Het enige dat uitgesproken 90's voelt zijn de dubbele lijnen die de illustraties kadreren. Fijn trouwens hoe de onderwerpen steeds uit dat kader proberen te breken, het geeft de illustraties nog wat meer ruimtelijkheid.

Ga zeker eens kijken op de site van Patricia Curtan, waar de volledige reeksen groenten en fruit te vinden zijn.

Frydate door Skinn, of hoe enkele simpele rechthoeken mij het water in de mond doen lopen.

Frydate door Skinn, of hoe enkele simpele rechthoeken mij het water in de mond doen lopen.

Een van mijn favoriete nieuwe brands van afgelopen jaar is van Belgische makelij, en niet alleen omdat frieten er een centrale rol in spelen. De visuele beeldtaal die Skinn voor Frydate (een fancy frituur in Knokke) heeft ontwikkeld is verdomd clever: alles draait rond de beweging die frieten maken wanneer ze net uit het vet komen en nog even worden opgeschud.

Al in het eerste beeld in de case op de website van Skinn zie je ze vliegen — de frieten natuurlijk. Het is een beweging die elke Belg meteen herkent, en ze betekent voor iedereen hetzelfde: tijd voor frietjes! Ik weet niet of het een universeel gevoel is of als het enkel aan mij ligt, maar ik wordt echt blij als ik die vectorfrieten in de lucht vliegen.

Het geniale is dat ze bij Skinn vervolgens deze beweging hebben doorgetrokken tot in de kleinste details: typografie die komt ingeladen, afbeeldingen die op scroll wegdraaien, buttons die tevoorschijn komen, hoverstates, allemaal bewegen ze volgens hetzelfde basisprincipe.

In de tweede aflevering van Re:Design, over de staat van motion design in branding, had ik het ook al over Frydate (luister hier). Kjelle en ik bespreken in die aflevering hoe veel van de meest succesvolle brand designs van de voorbije jaren motion design niet enkel als een achterafje beschouwen, maar als de hoeksteen van de volledige huisstijl.

Denk maar aan wat Collins voor de San Francisco Symphony heeft gedaan, aan het werk van Dumbar voor North Sea Jazz, of aan hoe Koto de brand van Deezer recent heeft laten dansen op de beats van de muziek. Telkens is het motion concept de driver van de hele brand, wat zorgt voor een nieuw soort dynamiek die we pakweg vijf jaar geleden nog niet kenden in brand design.

Koppel daar in het geval van Frydate fotografie aan die doet likkebaarden, kleuren waar je blij van wordt, en hier en daar een vett(ig)e knipoog in de copy, en je hebt een merk dat scoort op alle vlakken!